Toen Joost en ik aspirant-leden waren bij regeneratief landgoed de Kleverbergh in de Ooijpolder leerde ik iets belangrijks. Iets dat Inge Knoope ook beschrijft in de Beter Anders podcast van Ludo Ansems, namelijk hoe we vanuit onze conditionering van individuele zelfredzaamheid komen tot een volwassen vorm van ‘samen’. Dus niet de spruitjes-versie van ‘samen’.
De vereniging Leven met het Land had eerder een brondocument opgesteld dat beschreef wat de basisprincipes zijn van de vereniging. Deze zijn gericht op verbinding met de plek en de natuur, en op verbinding met elkaar, waarbij het individu niet uit het oog wordt verloren.
Ik herinner me de bronruimte op de Kleverbergh, een plek waar we regelmatig met de hele groep zaten om in te checken en met elkaar te delen wat er in ons allen leefde. Dat was voor mij waar de ‘volwassenheid’ in het samenzijn zich liet zien. Verbinden, leren, lachen, huilen, en dan weer aan de slag.
Joost en ik werden uiteindelijk geen lid van Leven met het Land, maar heel regelmatig verlang ik ernaar om daar of elders onderdeel van een groep mensen te worden die allemaal zo’n brondocument willen leven.
Flash forward naar het nu.
Met de bron van Leven met het Land nog springlevend in mij stap ik rond in Rotterdam. Regelmatig ontmoet ik mensen in wie ik een stukje of zelfs een groot stuk van de bron herken, vaak ook niet.
Ik zet legio activiteiten in de wereld waarin ik de bron ook in probeer te brengen, maar ben daarin zelden maar expliciet over die wortel, over waar het vandaan komt in mij.
De afgelopen jaren deed ik veel voor de VVE van ons in vergelijking tot andere plekken in de stad zeer verbonden woonblok in Spangen. Als je wilt kan je in Rotterdam-West in een dorp leven, en dat is bij ons zeker zo.
Op weg naar school groet ik elke ochtend zeker vijf mensen, we hebben een ongelofelijk geweldige gedeelde binnentuin, we spelen spelletjes samen, letten op elkaars kinderen, organiseren feestjes, ruimen zwerfafval op, hebben een kliekjesapp en de BuufsBookClub die ik startte kwam al negen keer succesvol bij elkaar. Mijn hond Raaf nam ik ooit over van buren, na een tijdje ‘dog-sharing’.

Ook van de VVE probeerde ik de afgelopen jaren iets sociaals en verbindends te maken, ook al waren de vergaderingen vaak digitaal. Gisteren was de vergadering van dit jaar, ditmaal fysiek in het buurthuis.
Het was de vergadering waarin ik afscheid nam als voorzitter, en een politiek ervaren buurman het over nam. Gelukkig al aan het begin van de vergadering zodat ik wat volgde als lid mocht ervaren. Het zorgde voor hoofdpijn, een onrustige nacht, en tranen in de ochtend.
Waar je weer in verbinding treedt met elkaar, de anonimiteit van de stad een beetje opheft, weer een poging doet tot samenleven, krijg je de goede én de minder goede dingen te ervaren die je in een anonieme setting allebei mist.
In dit geval een buurman die voor zijn te laat ingediende toestemmingsverzoek voor een semi-uitbouw alles in zijn eigen voordeel uitlegde. En daar een uur en een kwartier de tijd voor nam.
Een andere buurman ging daar nog eens dunnetjes overheen en veegde een door mij zorgvuldig uitgewerkte duurzame oplossing met een strak marketingverhaal van tafel. Waarna de vergadering een onduurzame keuze maakte.
Het is wat het is, het ‘zout’ van samenleven in de stad.
Waar we bij Leven met het Land na zo’n pittige sessie er met elkaar in de bronruimte op gereflecteerd en van geleerd hadden, gebeurt dat nu niet. Slechts in één op één gesprekjes wordt vandaag teruggeblikt.
Het doet me verlangen naar een meer intentionele gemeenschap van mensen die zich ook committeren aan dezelfde bronwaarden op sociaal en ecologisch vlak. Ik weet dat het een illusie is om daar in een losvast systeem van een buurt tot te komen, en daarom lik ik mijn wonden en bouw na vandaag weer lekker verder.
De tuinkabouter die ik als bedankje kreeg zal me soms nog aan deze avond, maar vaak ook aan allerlei mooie momenten doen denken.



Geef een reactie